Therapie of niet bij cptss?
CPTSS, oftewel complexe posttraumatische stressstoornis, is een vorm van trauma die verder kan gaan dan de klachten die we kennen van PTSS. Bij PTSS staan klachten als herbelevingen, nachtmerries, vermijding en een verhoogde alertheid vaak op de voorgrond. Bij CPTSS komen daar vaak problemen bij met emotieregulatie, zelfbeeld en relaties met anderen.
CPTSS ontstaat meestal na langdurige of herhaalde traumatische ervaringen. Zeker wanneer deze ervaringen al op jonge leeftijd zijn begonnen, kunnen ze invloed hebben op verschillende gebieden van je leven. Je kunt bijvoorbeeld snel overspoeld raken door emoties, moeite hebben met grenzen stellen, jezelf voortdurend aanpassen aan anderen of diep van binnen het gevoel hebben dat er iets mis is met jou.
CPTSS is een belangrijk onderdeel van mijn specialisatie binnen mijn praktijk. Ik werk veel met mensen die merken dat ervaringen uit het verleden nog steeds invloed hebben op hoe ze zich voelen, reageren en relaties aangaan. Daarbij kijk ik niet alleen naar de klachten, maar vooral naar wat er met je is gebeurd en welke invloed dat vandaag nog op je heeft.
Wanneer kan therapie helpen?
Als je CPTSS hebt, betekent dat niet automatisch dat je jarenlang in therapie moet. De belangrijkste vraag is hoeveel invloed je klachten op dit moment hebben op je dagelijks leven.
Misschien merk je dat je snel wordt getriggerd, moeite hebt om emoties te reguleren of situaties en mensen vermijdt. Misschien voel je je vaak onzeker, schuldig of verantwoordelijk voor anderen. Of je begrijpt rationeel heel goed waar je klachten vandaan komen, maar merkt dat je lichaam en emoties nog steeds reageren alsof het gevaar aanwezig is.
In zulke situaties kan traumagerichte therapie helpen.
Het doel is niet om het verleden uit te wissen. Het gaat erom dat wat er is gebeurd minder invloed krijgt op je leven nu.
Moet je eerst stabiliseren?
Bij CPTSS wordt vaak gesproken over drie fases: stabilisatie, traumaverwerking en herstel van het dagelijks leven. In de praktijk lopen deze fases regelmatig door elkaar.
Stabilisatie betekent bijvoorbeeld leren herkennen wanneer je spanning oploopt en leren omgaan met emoties en triggers. Daarna kan traumaverwerking aan bod komen. EMDR is een van de behandelvormen die hiervoor kan worden ingezet.
Hoe dit eruitziet, verschilt per persoon. Niet iedereen heeft dezelfde klachten en niet iedereen heeft dezelfde behandeling nodig.
Wanneer heb je therapie misschien niet meer nodig?
Herstel betekent niet dat je nooit meer geraakt wordt. Een trigger kan nog steeds voorkomen. Het verschil zit vaak in wat er daarna gebeurt.
Je herkent bijvoorbeeld sneller wat er gebeurt. Je raakt minder lang overspoeld. Je kunt jezelf beter geruststellen en je grenzen aangeven. Je vermijdt minder en durft meer ruimte in te nemen.
Ook je zelfbeeld kan veranderen. Je hoeft jezelf niet meer voortdurend te bewijzen. Je kunt een fout maken zonder direct te denken dat er iets mis is met jou.
Dat zijn tekenen van vooruitgang.
Sommige mensen kiezen er na verloop van tijd voor om de therapie af te ronden. Anderen hebben af en toe nog ondersteuning nodig. Daar is geen vaste termijn voor.
Kun je volledig herstellen van CPTSS?
Dat hangt ook af van wat jij onder herstel verstaat.
Voor de één betekent herstel dat de klachten vrijwel verdwijnen. Voor een ander betekent het dat bepaalde klachten nog af en toe aanwezig zijn, maar niet langer bepalen hoe je leeft.
Onderzoek laat zien dat traumagerichte behandelingen klachten bij mensen met CPTSS aanzienlijk kunnen verminderen. Tegelijkertijd kunnen sommige mensen langdurig bepaalde klachten houden.
Daarom kijk ik liever naar wat er in jouw dagelijks leven verandert. Kun je beter omgaan met emoties? Voel je je vrijer om keuzes te maken? Kun je relaties aangaan zonder voortdurend alert te zijn? Kun je jezelf zien als iemand die waardevol is?
Dat zegt vaak meer over herstel dan de vraag of je ooit helemaal klachtenvrij bent.
Hoe weet je of je vooruitgaat?
Vooruitgang kan er bijvoorbeeld zo uitzien:
• je wordt minder snel getriggerd;
• je herstelt sneller na een stressvolle situatie;
• je vermijdt minder situaties;
• je kunt beter aangeven wat je nodig hebt;
• je grenzen voelen en aangeven wordt makkelijker;
• je zelfbeeld wordt positiever;
• je relaties worden stabieler;
• je hebt meer ruimte voor plezier en ontspanning;
• je hebt minder last van angst, spanning of schaamte;
• je voelt meer regie over je eigen leven.
Therapie hoeft daarmee geen levenslange verplichting te zijn. Het kan een periode zijn waarin je gericht werkt aan wat je op dit moment belemmert.
Bronnen
Billings J, Nicholls H. PTSD and complex PTSD, current treatments and debates: a review of reviews. Br Med Bull. 2025 Sep 22;156(1):ldaf015. doi: 10.1093/bmb/ldaf015. PMID: 41004137; PMCID: PMC12466117.
Meer over CPTSS
Als je bent opgegroeid met afwijzing, emotionele verwaarlozing of misbruik, kan het boek Complexe PTSS van Pete Walker veel herkenning geven. Hij legt op een heldere en begrijpelijke manier uit hoe ervaringen uit je jeugd nog jarenlang kunnen doorwerken in je dagelijks leven. Hoe ze invloed hebben op je zelfbeeld, je relaties, je gedachten en de manier waarop je met emoties en stress omgaat.
Een belangrijk onderdeel van het boek gaat over de vier traumareacties: vechten, vluchten, bevriezen en pleasen. Walker beschrijft hoe deze reacties ooit zijn ontstaan als manieren om met een onveilige omgeving om te gaan. Misschien herken je dat je voortdurend rekening houdt met anderen, conflicten uit de weg gaat, jezelf wegcijfert of juist snel in de verdediging schiet. Reacties die ooit een functie hadden, kunnen je als volwassene behoorlijk in de weg zitten.
Voor mij is vooral de boodschap van dit boek waardevol: wat je hebt aangeleerd, kun je ook weer afleren.
Dit boek kan je kijk op jezelf en je verleden veranderen. In Wat is je overkomen? laten Oprah Winfrey en traumaexpert Bruce Perry zien hoe ervaringen uit je jeugd invloed hebben op de manier waarop je denkt, voelt en reageert. Ze maken duidelijk dat gedrag vaak beter te begrijpen is als je kijkt naar wat iemand heeft meegemaakt. Ze verschuiven de vraag van ‘wat is er mis met je?’ naar ‘wat is je overkomen?’
Aan de hand van inzichten uit de hersenwetenschap en herkenbare verhalen leggen ze uit hoe ingrijpende ervaringen, emotionele verwaarlozing en onveiligheid tijdens je jeugd invloed kunnen hebben op je hersenontwikkeling, je stresssysteem en je relaties. Ook laten ze zien waarom bepaalde reacties en gedragspatronen ooit zijn ontstaan en waarom ze op volwassen leeftijd nog steeds aanwezig kunnen zijn.
Wat ik bijzonder waardevol vind aan dit boek, is dat het je helpt om met meer begrip naar jezelf te kijken. Misschien heb je jezelf jarenlang verweten dat je te gevoelig bent, snel angstig reageert, moeite hebt met vertrouwen of voortdurend alert bent op de behoeften van anderen. Dit boek helpt je begrijpen waar zulke reacties vandaan kunnen komen. En belangrijker: het laat zien dat herstel mogelijk is.